Contact Informatie

Blog: De grote transities van onze tijd

Een paar maanden geleden sprak ik een collega, die vond dat al het gepraat over de kanteling van de samenleving gewoon een hype is. Wat is er nu feitelijk anders? Zijn houding deed mij aan Donald Trump denken ook al heb ik een hogere dunk van mijn collega dan van Donald Trump. Het was voor mij een goede reden om nog eens kritisch na te denken over de vraag of er werkelijk transities plaatsvinden en als dat zo is, waardoor ze worden veroorzaakt en wat ze betekenen.

Het laatste halfjaar heb ik mee mogen werken aan de initiatieven om de transitie van de circulaire economie te versnellen en te sturen. Deze transitie wordt veroorzaakt door de eindigheid van fossiele brandstoffen en het besef dat groei en ver- en misbruik van grondstoffen leiden tot afval en vervuiling die wij mensen niet lang kunnen hanteren. In ditzelfde kader spreken we over de energietransitie. Maar is het feit dat we fossiele brandstof vervangen door zonne-, wind- en waterenergie werkelijk een transitie. Is er nu echt sprake van een structurele verandering van onze samenleving, of is dit een beweging van een beperkt elitair groepje mensen in het welvarende Nederland zonder dat gewone mensen merken dat er iets wezenlijks verandert? Daarbij realiseerde ik mij dat ik 50 jaar eerder voor het eerst een lezing bijwoonde over de opwarming van de aarde door CO2 en het belang van de Ozonlaag. De filosofie dat we ons leven meer moesten richten op de zon-gedreven kringloop dan op de fossiel-gedreven kringloop was een centraal thema van de beweging Codename Future aan het eind van de vorige eeuw (een organisatie die nu lesmateriaal over burgerschap ontwikkelt).

Verandert de bitcoin en de blockchain technologie de wereld? Dat onze huidige economie op z’n kop gezet wordt lijkt wel zeker, maar is er daarmee sprake van een transitie? Veranderen machtsverhoudingen en de samenleving, of worden er alleen posities gewisseld? Internet verandert de samenleving: alles wordt controleerbaar en bereikbaar voor iedereen, waarheid en feiten zijn minder vanzelfsprekend. Natuurlijk wordt vanuit wetenschap benadrukt dat feiten en meningen onderscheiden kunnen worden. En dat is waar, maar niet iedereen kent de axioma’s die feiten tot feiten maken. In onze werkelijkheid denken we meestal aan empirische wetenschap en onze oorzakelijke logica. Als een Amerikaanse president uitspraken doet die empirisch onjuist zijn zonder dat hij openlijk voor gek wordt verklaard, wordt duidelijk dat we niet meer durven vertrouwen op onze zekerheden en zelfs onzinnige uitspraken serieus moeten nemen.

Het valt niet mee om helderheid te hebben over wat feitelijke transities zijn, wat grote veranderingen zijn zonder dat systemen fundamenteel veranderen en wat overtuigingen en hypes zijn. En dat is op zichzelf een duidelijk signaal dat er sprake is van een transitiedynamiek met de fase van chaos en niet-weten.

Daarmee is het ook niet mogelijk om precies te beschrijven wat deze transities voor gevolgen hebben voor de samenleving, de rol van de overheid, de manier waarop organisaties vormkrijgen en functioneren. Maar we zien wel enkele algemeen herkenbare veranderingen:

  • Macht- en gezagsverhoudingen op basis van structuren en regelgeving staan onder druk. Gezagsdragers kunnen zich minder handelingsvrijheid veroorloven om anderen te dwingen en worden intensief gecontroleerd. Het gevolg is dat bestuurders en managers meer bezig zijn om zich in te dekken tegen fouten dan dat zij verantwoordelijkheid nemen.
  • De bureaucratische principes van Max Weber worden in de praktijk nog maar beperkt toegepast, maar ze worden nog wel gehanteerd bij de formele inrichting en beoordeling van organisaties (planning & control en audits). Er zijn nog geen alternatieve algemeen geldige principes voor zorgvuldigheid en integriteit. Zo kreeg ik bijvoorbeeld bij de Auditdienst van het Rijk de vraag hoe je samenwerking kunt auditen. Deze tegenstelling veroorzaakt in veel organisaties spanningen.
  • Mensen en organisaties moeten meer samenwerken om integrale vraagstukken en gezamenlijke opgaven aan te pakken. Daarmee zijn traditionele macht- en sturingsconcepten niet langer valide. Onze politiek-bestuurlijke organisatie is bijvoorbeeld ongeschikt voor samenwerkingsverbanden, omdat zij gebaseerd is op hiërarchie.
  • Als mensen niet langer de belangrijkste productiefactoren zijn (machines, computers en robots nemen het werk over), is het onduidelijk hoe de samenleving geordend kan worden en passen mensen eigenlijk niet meer in ons economische idee. Wat betekenen dan arbeid, werkloosheid, aanstelling op werktijd, of vrije tijd? Hoe zorgen we voor de samenleving als een levend systeem volgens de principes van systemisch werken (binding, natuurlijke ordening en balans tussen halen en brengen)?

In dit kader is mijn vak als organisatieadviseur niet meer eenduidig te definiëren. In hoeverre richt de organisatieadviseur zich op het behoud van de traditionele organisaties en de oude werkelijkheid; in hoeverre helpen we organisaties met de vergroting van hun adaptief vermogen en in hoeverre hebben we een verantwoordelijkheid om de grote transities te begrijpen en te verklaren en te vertalen in nieuwe organisatieconcepten.

Na bijna 40 jaar werken met organisatie-, team- en persoonlijkheidsontwikkeling vind ik het een eer en een uitdaging om de handschoen van deze laatste verantwoordelijkheid op te pakken. Het is gaaf om dat samen met collega’s, jonge medewerkers en de pioniers in de organisaties te mogen doen. Maar de wereld staat nog niet op z’n kop. Dat duurt nog wel een paar jaren. En tot die tijd is het goed om de oude waarheden nog niet over boord te zetten.