Contact Informatie

Netwerkregie in de praktijk

Het waterschap als natuurlijke (netwerk)regisseur

Interview WRIJOpgaven zijn tegenwoordig complex. Er moet dus samengewerkt worden met andere organisaties. Maar wel op gelijkwaardig niveau.

Waterschap Rijn en IJssel ziet kansen voor waterschappen om gelijkwaardige samenwerking tussen partijen te stimuleren en te regisseren. Vanuit Organisatieregie ondersteunen we projecten waarbij Waterschap Rijn en IJssel optreedt als netwerkregisseur.

We spraken Leon Ruesen (Beleidsadviseur Watersystemen en tevens opdrachtgever voor verschillende projecten), Louisa Remesal (Omgevingsmanager) en Richard Trenning (Projectleider) over brede maatschappelijk opgaven, persoonlijke dilemma’s en het waterschap als natuurlijke regisseur.

Veranderingen

Leon, Louisa en Richard hebben alle drie de rol van waterschappen zien veranderen. Daar waar deze eerst vooral gericht was op het handhaven van normen en naar binnen gekeerd was, is de trend dat waterschappen steeds meer integrale opgaven samen met andere partijen oppakken. De blik van waterschappen is daarmee meer naar buiten gericht. De weersextremen worden groter, nat en droog, en burgers willen meer invloed. Er liggen dus genoeg uitdagingen.

Louisa geeft aan dat een aantal jaar geleden het zelfstandig bestaan van waterschappen nog ter discussie stond. “We zijn toen steeds meer taken naar ons toe gaan trekken om zichtbaarder te worden voor de buitenwereld. Dat heeft goed gewerkt, want de discussie is weer verstomd.”

Leon vult aan: “De focus op handhaving van de veiligheid heeft een specifieke expertise opgeleverd. We weten alles van schoon en veilig water en in Nederland heb je dan een sterke positie.” Volgens Richard helpt het ook enorm dat waterschappen hun voeten in de klei hebben. “We weten wat er maatschappelijk in een gebied speelt, we kennen de mensen die daar wonen en de bedrijven die zich in het gebied gevestigd hebben. Beter dan bijvoorbeeld provincies. Het is logisch dat we een bredere rol pakken dan alleen water, zoals een loketfunctie voor het gebied.”

Twee petten

Er zijn verschillende projecten waarin Waterschap Rijn en IJssel als netwerkregisseur opereert. Vaak gaat het om gebieden die in samenwerking met bijvoorbeeld provincies, gemeenten, agrariërs en maatschappelijke organisaties ontwikkeld moeten worden. Louisa: “Laten we duidelijk zijn, dat is nu 20% van het werk. 80% van onze taken voeren we binnen onze eigen organisatie uit. We zien wel een verschuiving richting projecten waarbij samengewerkt moet worden met andere partijen.”

De vraag is hoe het waterschap omgaat met deze rol van netwerkregisseur. Het waterschap heeft immers zelf ook belangen bij dergelijke projecten. Hoe zorg je ervoor dat je dan toch als onafhankelijk regisseur zo’n samenwerking aanstuurt? Richard: “Ik zorg er altijd voor dat er twee verschillende petten aanwezig zijn in een dergelijk project. Zelf heb ik dan de neutrale ‘Omgevings-pet’ op, een collega van het waterschap zet de ‘Blauwe pet’ op. Ik ga dan dus niet over de belangen van het waterschap.” Dat is voor andere partijen wel wennen. “In het begin vragen ze aan mij wat het waterschap ervan vindt en of ik niet bij het waterschap extra middelen kan regelen als het nodig is. Ik ben dan heel consequent in het niet beantwoorden van die vragen en laat ze deze stellen aan mijn collega met de Blauwe pet.” Leon herkent dit als opdrachtgever. “Ik ben onafhankelijk opdrachtgever voor dit project, maar tegelijkertijd vertegenwoordig ik het waterschap in het ambtelijk opdrachtgevend systeem.”

Ook in de uitvoering loopt Richard tegen dilemma’s aan. “Het project organiseert bijvoorbeeld een grote bijeenkomst met verschillende partijen. De andere partijen hebben aangegeven dat ze geen capaciteit hebben om de bijeenkomst te organiseren. De praktijk is nu dat er mensen van het waterschap zijn vrijgemaakt om dit te doen. Als je niet uitkijkt, wordt het al snel gezien als een waterschap feestje. Je moet hier heel bewust mee omgaan in de communicatie.”

Vertalen

Alle drie ervaren ze dat het nog wel eens lastig is om deze manier van werken in lijn te brengen met de rest van de organisatie. Louisa: “Ik bevond me in de omstandigheid dat het bestuur in mij geloofde. Daarnaast had ik een opdrachtgever die me heeft afgeschermd, die heeft mij financieel beschermd. En ik had een projectleider die het projectmatig werken op zijn duimpje kent. Hij hielp me alles in de juiste structuur te zetten.” Richard: “Je moet op meerdere terreinen, zowel procesmatig als inhoudelijk, successen laten zien om de sceptici over te brug te krijgen.”

Leon, Louisa en Richard geven aan dat je behendig moet zijn in het spreken van verschillende ‘talen’. Resultaten als ‘draagvlak’ en ‘energie’ zijn minder meetbaar. Deze moeten vertaald worden naar begrippen die ook in de systeemwereld van nulletjes en eentjes begrepen wordt. Leon: “Ja, je kunt er niet omheen. Er is behoefte aan controle, maar tegelijkertijd heb je een plan van aanpak waarvan de inkt nog niet droog is of je moet al gaan schuiven. Je hebt dus armslag en flexibiliteit nodig. Als je in traditionele projecten werkt, kun je veel meer voorspellen. Als je als regisseur werkt in een samenwerkingsverband, wordt het veel onvoorspelbaarder.”

Beste van mezelf

Om de rol van regisseur goed te kunnen spelen, heb je specifieke kwaliteiten nodig. Volgens Richard moet je beschikken over een open mind, je moet er onbevangen in kunnen gaan. “Je gaat een avontuur aan, zowel binnen je eigen organisatie als daar buiten, terwijl je het pad nog niet kent.” Leon vult aan: “Cruciaal is of je in staat bent om verbindingen aan te gaan. Of je echt geïnteresseerd bent in wat die ander beweegt. Om die dialoog te voeren moet je laten zien wat jezelf drijft, datzelfde wil je zien van de ander. Als ik met jou verbinding kan maken, ga ik er vanuit dat we allebei ons best gaan doen. Mensen vinden elkaar in energie en met die energie kom je heel ver.”

Volgens Louisa is het belangrijk dat je hard kan zijn op de opgave en zacht op de relatie. Daarnaast is het volgens haar essentieel dat je je dienend opstelt: “Ik ben dienstbaar, de mensen in het gebied zijn belastingbetalers. Zij betalen mijn salaris en daarvoor mogen ze van mij verwachten dat ik het beste van mezelf inzet.”

Alle drie zijn ze het erover eens dat het werken aan dergelijke complexe opgaven veel energie vraagt, maar het gééft hen ook veel energie. In het gesprek was dat goed voelbaar. Na ruim twee uur was het tijd om af te ronden, maar we waren nog lang niet uitgepraat.